#33 Amen Ra en Neurosis in Patronaat; 08-07-2009.

Gepost in Postrock, Punk, beleving, dark-metal met tags , , , , , op juli 9, 2009 door ycreate

Tussen de overdaad aan zomerfestivals door maakt het Patronaat handig gebruik van de rondtoerende artiesten en bands. Zo passeren tijdens deze zomerperiode in één week tijd vier topacts op het gebied post-rock en post-metal: Mogwai, Neurosis, 65daysof static en ….And You Will Know Us By The Trail Of Dead. Deze bands hebben als overeenkomst dat ze op bepaalde momenten een muur van geluid kunnen neerzetten. De uitgangspunten, uitstraling en muzikale resultaten zijn alleen totaal verschillend. Het siert het Patronaat dat ze ondanks het zomerreces de regio trakteren op dit brede scala aan bands.

Het Vlaamse Amen Ra moet het publiek warm maken voor het hoofdprogramma. Het past uitstekend binnen de hokjesgeest. Alleen blijft Amen Ra hangen in het “van dik hout zaagt men planken”. Bij aanvang van de nummers is enige spanning te ervaren, daarna wordt in het vervolg elk avontuur vermeden. Tijdens het openingsnummer geven de subtiele tempowisselingen dat kleine stukje extra. Maar verder is de presentatie sober, introvert (muzikanten en zanger staan meestentijds met de rug naar publiek) en zijn de gitaarmuren voorspelbaar en standaard. Bij de doom-metal invulling van Amen Ra zijn hokjesgeesten dodelijk voor het creëren van eigenzinnige muziek. Hetgeen trouwens geldt voor ieder willekeurig muziekgenre.

Van een geheel ander kaliber zijn de verrichtingen van Neurosis. Vooral is het de grote variatie in tempo, sfeerwisselingen en uitstraling waarin de band uitblinkt. Zo is de muziek moeilijk in het juiste hokje te plaatsen. De één ervaart het als post-metal de ander als punk-metal en weer een ander als doom-metal. Welk etiket je er opplakt doet er eigenlijk niet toe. Neurosis is intens en gedoseerd loeihard. Ik kies (ben uiteindelijk de recensent) bij deze voor de term tribal-metal. Waar de band echter ook in uitblinkt is de agressieve houding naar publiek. Zo ligt de staalbewerking voor henzelf en de fans zwaar op de maag. We kennen allemaal de scheidsrechters die een wedstrijd totaal dood kunnen fluiten. Zo ook bij het optreden van dit Amerikaanse vijftal. Vanuit de overtuiging van hun vakkundigheid hebben ze de pretentie te kunnen sollen met het publiek. Publiekseigendommen die voor op het podium liggen worden de zaal ingetrapt, het publiek wordt bespuugd en bij de eerste beste flash van een camera springt Neurosis en aanhang uit de metalen huid. Ze doen daarmee hun naam eer aan, maar het tast wel de intimiteit en intensiteit van het zaalgebeuren aan.

#32 Tim Exile en Mogwai in Patronaat; 02-07-2009

Gepost in Postrock, beleving, community met tags , , , op juli 4, 2009 door ycreate

De geest van Mogwai neemt na tien jaar uiteindelijk ook bezit van het Haarlemse Patronaat. Het moest even duren, voordat dit Schotse spook mocht doordringen tot in de Haarlemse catacomben. Goed, liever had ik Mogwai in het oude Patronaat (De Fietsenfabriek) gezien; van dichtbij, met direct geluid, met het hypnotiserende effect van een nieuwe sound en met de intieme huiselijke beleving. Maar hun eerste geluidsspinsels, “Young Team” (1997) en “Come On Die Young” (1999), zijn opnieuw actueel, omdat Mogwai recent een stap terug heeft gemaakt naar waarmee ze ooit zijn begonnen: rafelige melancholische gitaarmuziek exploderend in gestapelde geluidsconstructies vol kolkende boven- en ondertonen.

Voordat ik Mogwai verder beschouw aandacht voor Tim Shaw aka Tim Exile. Tim Exile sampelt zijn stem, goochelt met bizarre geluiden en creëert daarmee gestoorde dansliedjes. Zijn klankacrobatiek blijft echter wat misplaatst hangen in een vollopend Patronaat. Toch stijgt zijn ster naar ongekende hoogtes op het moment als Exile grijpt naar kundig gestructureerde songs. De liedjesoogst is jammer genoeg karig (“Don’t Think We’re One”, “Fortress” en “Family Galaxy”) en net niet voldoende om het voor Mogwai aanwezige publiek te bekoren.

Mogwai Patronaat 2 juli 2009Zo, daar sta je dan even later. Vrij snel aanleunend tegen een muur van geluid. Wat voor publiek komt daar op af? Veel alternatieve muurklevers, die ieder afzonderlijk voor zich uitstarend proberen de “wall of sound” te slechten. Logisch, Mogwai is en blijft een band met goed te volgen gitaarriffs en snarenloopjes. Alle vijf muzikanten zijn meesters in het langzaam opvoeren van het volume en het spelen met dynamiek. Plots doemt er uit het stroboscopische licht een strontvlieg op. Het beest neemt plaats op de slagplaat van gitarist Stuart Braithwaite. Hebben we hier te maken met ouwe “rockshit”? De aanwezige Schotten compleet met rok en rode tong tatoeages, pal naast mij, blijken ook al uit het stenen (Stones) tijdperk te komen. Mogwai Patronaat 2 juli 2009Hmmm, allemaal factoren die de beleving op scherp zetten. Natuurlijk laat ik de gitaarmuren op mij inwerken. En het moet gezegd, de zaalmix is dusdanig schoon, dat het enorme volume mijn gehoorgangen weinig schade berokkend. Bij stevige stukken als “Batcat” van hun laatste CD “The Hawk Is Howling” en het oerstuk “Satan” van hun allereerste album “Young Team” krijg je toch best weer euforische gevoelens. Ach ja, een kwestie van je midlifecrisis gevoelens de vrije loop laten, om daarna genoeglijk bevredigd de warme zomernacht in te fietsen en thuis te komen, alwaar de familie inmiddels rustig slaapt, zodat je nog even in de huiskamer stiekem luchtgitaar kan spelen.

#31 Akron/Family, Group Doueh en Omar Souleyman; Fiddlers, Bristol; 24-05-2009.

Gepost in Bristol, Concertzender, Gonzo Circus, Sublime Frequencies, beleving, cassette network, community met tags , , , , , , op mei 28, 2009 door ycreate

In eerste instantie had ik mijn zinnen gezet op het Dot To Dot Festival in het stadscentrum van Bristol. Ruim dertig alternatieve indie-rock acts zouden daar diverse podia betreden. Dat zou waarschijnlijk mooie momenten hebben opgeleverd. Maar ja, het wordt groots aangekondigd, je betaalt een stevig bedrag, de bands spelen ultra korte sets, en je moet maar net toevallig op de juiste plek bij een ultiem muziekmoment terecht weten te komen. Een kans van één op twintig.

Om dat te vermijden heb ik mij dit keer, zoals mij zo vaak in Bristol is overkomen, laten verleiden tot het door Sublime Frequencies aangeboden feestpakket in Fiddlers; een alternatief podium in downtown Bristol. De exotische warmte in de stad was al direct een uitnodiging voor de tropical hardcore ritmes. Want dat is wat je kan verwachten bij het wereldmuzieklabel Sublime Frequencies. En als dan ook blijkt dat de drie acts op rij zorgdragen voor een extatische happening, weet je weer precies wat er zo leuk is aan altijd op zoek te zijn naar muziek met echt scherpe randjes. Akron/Family

Akron/Family, kort geleden in Nederland en op de markt met een gloednieuwe CD “Set ‘Em Wild, Set ‘Em Free”, doet het in Fiddlers met opzwepende world-rock. Het geluid stuitert van Afrikaanse ritmes naar westcoast Beach Boys koortjes, overschrijdt de randjes van de free-jazz, geraakt in hogere sferen met zeventiger jaren psychedelica en pijnigt met pure noise. Technisch staat het als een huis, muzikaal is het onnavolgbaar en met de momenten van chaotisch communty-singing staat de zaal na tien minuten al op springen. Uiteindelijk overstijgt Akron/Family al onze verwachtingen. En laat ons achter met een gevoel van “daar tipt niemand vanavond meer aan!”.

Group DouehToch wordt ons geen inzakkertje gegund, want Akron/Family wordt gevolgd door Group Doueh. Natuurlijk zijn de Sahrawi ritmestructuren en melodielijnen uit de West Sahara gebieden ons bekend. Maar de Mauritanische Group Doueh overschrijdt deze stijlelementen op wonderbaarlijke wijze. De muziek is hard en confronterend. De ritmebox van het Yamaha keyboard wordt extreem opgestuwd en is naar voren gemixt. Daarbij staat het gitaargeluid van opperhoofd en gitaarvirtuoos Doueh in een snerpende overdrive. De kolkende samenzang van de met een brede glimlach uitgeruste zanger en de wiegende zangeres slepen je mee naar gebieden met eindeloze vlakten en gierende zandstormen. Ze weten niet van ophouden, terwijl we de kleine uurtjes al ras beginnen te naderen. Tijdens de afsluitende climax wordt het ons duidelijk. Doueh wil graag zijn Hendrix act, al dansend met gitaar achter het hoofd, aan ons tonen. Nu zijn we helemaal bekeerd. Al handen schuddend verlaat Group Doueh het podium.

De spanning in de overvolle zaal is ondertussen om te snijden. Group Doueh is weliswaar door een zijdeurtje verdwenen, maar het publiek installeert zich massaal voor bij het podium. Wat staat ons nu te wachten? Niemand minder dan de Syrische koning van de traditionele Mawal Omar Souleyman zal spoedig het podium betreden. Hij verpakt sinds 1994 de klassieke Mawal stijl in een eigentijds Syrische Dabke jas. En Dabke is de Noord Syrische regionale party en dans muziek. Honderden cassette uitgaven staan op zijn naam en zijn overal in Syrië in ruime mate te verkrijgen. Op het podium zal Omar Souleyman, voor het eerst buiten de grenzen van het Verre Oosten, worden begeleidt door een keyboardspeler, die razendsnelle breakcore beats en hoog scheurende melodielijnen produceert. Tevens zal een tweede muzikant meegieren op een elektrische Arabische saz en is de belangrijkste rol weggelegd voor de markante persoonlijkheid Mahnoud Harbi. Hij zal de rol vervullen van poetry-fluisteraar, bodyguard en aangever. Omar SouleymanAls dan uiteindelijk na veel Arabisch gedoe en geschreeuw Omar Souleyman zelf het podium betreedt gaat het dak van Fiddlers af. Direct, confronterend en dynamisch. We staan plots op een hardcore dansfeest. Ondertussen smijt Omar met zijn handgebaren zijn vet echoënde teksten de zaal in. Het publiek stuitert over elkaar heen tot in de heel late uurtjes. Waarna als afsluiting Omar zijn publiek, met behulp van een vrouwelijke tolk, een interview afneemt. Met uiteraard als tegenvraag uit het publiek. “Omar, please, play another one!”. 

Doueh en Omar zijn binnenkort te zien en te horen bij OCCII in Amsterdam (4 juni 2009), WORM in Rotterdam (7 juni 2009) en het Kunstencentrum in Hasselt (6 juni 2009).

http://www.sublimefrequencies.com

#30 Havenkwartier; Deventer: drie gangen diner-concert door Robert Witt en Esc.Rec CD presentatie van Apricot My Lady; 08-05-2009.

Gepost in CD, Concertzender, Fluxus, Gonzo Circus, Havenkwartier met tags , , , , , , , , , , op mei 12, 2009 door ycreate

Op het moment dat ik aan het eind van de middag Deventer nader barst er een flink noodweer los. Door een gordijn van opwaaiend stof van over de IJssel en de eerste neerkletterende regeldruppels vanaf de andere kant van de IJssel spoed ik mij voor het eerst van mijn leven richting Het Havenkwartier. Tijdens de voorbereidingen van het avond diner heb ik een gesprek met Robert Witt. Robert Witt is in 2005 afgestudeerd aan de kunst academie Constantijn Huygens in Kampen, alwaar hij experimenteerde met installaties en geluid. Na zijn afstuderen heeft hij o.a. aan het project van Anne Reijse meegewerkt: “Mevrouw de Vries”. Hieruit is “Grannittin” ontstaan; een live performance en CD uitgave, verschenen via het Esc.Rec label. Tijdens dit project werkte Witt met behulp van contact microfoons aan het bewerken van het geluid van de breinaalden. De zelfde basistechniek zal Witt vanavond toepassen tijdens het 3 gangen diner in Het Havenkwartier. Robert Witt

Tijdens het diner heb ik het genoegen naast Anne La Berge plaats te kunnen nemen. Zij maakt deel uit van de gelegenheidsformatie Apricot My Lady. Na de maaltijd verzorgt Apricot My Lady de CD presentatie van “Newly Refurbished and Tussock Moth”. Vanaf de kop van de tafel manipuleert “vader” Witt ondertussen de geluiden, die wij tijdens de maaltijd produceren. We worden zo omringd door vervreemdende geluiden, die de gulzige gasten een aangename spijsvertering bezorgen. Geen enkel moment overheersen de surroundklanken. Wel is er incidenteel verbazing bij het terughoren van bewerkt maaltijdgeroezemoes. De versgebakken CD “Midazolam” (Esc.Rec23) van Robert Witt laat bij thuiskomst horen hoe Witt’s geluidsbewerkingen klinken.

Apricot My LadyNa het uitbuiken betreedt Apricot My Lady het podium van Het Havenkwartier. Adam Bohman neemt plaats achter zijn tafel met objecten, zijn broer Jonathan “master of ceremony” houdt zich ditmaal bezig met tekstvoordrachten, Lukas Simonis bewerkt zijn gitaar en Anne La Berge filtert en samplet haar fluitspel. De CD “Newly Refurbished and Tussock Moth” is een voornamelijk instrumentale luisterervaring. De performance van vanavond is een voorstelling, waarbij de alledaagse teksten van Jonathan Bohman een typisch Engels accent geven aan het geheel. Beide Bohman brothers, droge humor en platte muziek roepen herinneringen op aan de grensverleggende kunstwerkjes van Gilbert & George. Is dit de objectivistische vorm van outtisme? Een nieuw Fluxus werk? Het is in ieder geval een gebeuren dat je “live” moet ervaren. Het stuk “Love, Hate and never Heard” laat eerst precies één minuut muziek horen waar Apricot My Lady gek op is, daarna volgt een minuut gehate muziek en tot slot wordt een minuut muziek gespeeld, die nog nooit door iemand is gehoord. Ook bij een stuk als “Concerto for Several Things” wordt je op het verkeerde been gezet, als Jonathan Bohman zichzelf nog maar eens een goede scheerbeurt geeft. Het zijn juist die alledaagse elementen en objecten, die concerten als deze totaal (on)grijpbaar en avontuurlijk maken. Dan is ieder “event” een kunstwerk op zich en ontstijgt het menige voorgebakken “impro-battle”, zoals we die tegen komen in het free-jazz circuit.

#29 Pepper and Bones; “One”; Nonine Recordings/Dense Promotion

Gepost in Concertzender, Gonzo Circus, Recensie met tags , , , , op mei 10, 2009 door ycreate
CD "One" Pepper and Bones

CD "One" Pepper and Bones

Op “One” hebben Ju Bartholomaus en Me Raabenstein als Pepper and Bones een wel zeer pakkende electro-jazzy-folk-soul feel te pakken. Juist de samenvloeiing van meerdere muziekstijlen levert in het geval van “One” een bijzonder luisterspel op. Beide heren hebben een rijk verleden in het club circuit. Opmerkelijk waren bijv. de recente 2008 digitaleEP uitgaven van Me’s “Sniper’s Delight” en “The Whip”. Veel van het door Ju en Me geproduceerde materiaal heeft in het verleden direct de weg gevonden naar de hotspots of dance. Maar bij “One” komen er plots andere talenten naar boven druppelen. Ten eerste moet gezegd, de heren leveren hiermee een meesterwerkje af, dat menig serieuze muziekliefhebber zal verwennen. “One” heeft namelijk heel weinig met dansmuziek te maken. Er wordt op fascinerende wijze gespeeld met muziekgenres als jazz, soul, folk en ambient-techno. De sfeer is laidback. Het karakter van de stukken is open en laat veel noten onbespeeld. De stukken sluiten naadloos op elkaar aan waardoor er een erotische flow door het album sliert. De meeste tracks worden gedragen door op piano gespeelde zwoele melodielijnen. Heel even bij de vijfde track “Bum Bugaboo Reprise” bewegen Ju en Me richting dansvloer. Maar het is dan ook de enige dance-erfenis die is terug te horen op “One”. Bepaalde toonzettingen en zanglijnen roepen herinneringen op aan het betere beatarme werk van A Guy Called Gerald enerzijds en aan het andere uiteinde van de schaal der Groten in de Muziek Frank Zappa. Zeker niet de minste referenties, maar je hebt hier dan ook te maken met een rijk georchestreerd album. Rijp voor heel veel draaibeurten.

#28 Health en Pink Mountaintops; Bevrijdingspop Haarlem; 05-05-2009.

Gepost in Concertzender, Health, Pink Mountaintops met tags , , , , op mei 5, 2009 door ycreate

Het is er eigenlijk geen weer voor; deze Bevrijdingsdag. Toch maar even door de regen richting Haarlem fietsen. Het jaarlijkse Bevrijdingspop Festival weet altijd wel enkele leuke acts te strikken. Zo mocht ik daar ooit Mark Stewart & The Maffia, Jon Spencer Blues Explosion, Suns of Arqa en Scanner opnemen in mijn lijstje van concertbezoeken. Het merendeel van de festivalprogrammering staat bol van populaire artiesten, waar de gehele familie het nodige amusement uit kan halen. Gelukkig is daarvoor altijd het hoofdpodium gereserveerd. Het tweede en iets kleinere podium geeft ruimte aan het alternatieve circuit. Overdag zijn dat opkomende en grensverleggende bands. ’s Avonds wordt deze ruimte benut voor dance acts en DJ’s.

Health maakt vandaag een stop tussen Praag en London, alwaar zij zullen aantreden als supportact van Nine Inch Nails. Het Amerikaanse kwartet zet met hun ritual noise-rock een zenuwtergende performance neer. Door een scheurende synthesizer, een voornamelijk aan effectpedaal knoppen draaiende basgitarist, een beest van een slagwerker en een monotone zingende noise gitarist worden we getrakteerd op heftige geluidserupties. De hoogtepunten uit hun reguliere repertoire worden met mitrailleur snelle tempowisselingen, staccato synth frequencies en abrupte stiltes in iets meer dan een half uur over het publiek uitgestort. Het knalt er, zo midden op de dag, flink in en voelt goed. Health

Na Health is het de beurt aan de tevens uit Amerika afkomstige Pink Mountaintops. Op het podium wordt initiator Stephen McBean bijgestaan door leden van Godspeed You! Black Emperor, A Silver Mount Zion en The Organ. Helaas moet het sextet aanboksen tegen een flink opstekende zeewind en rondzingende apparatuur. Eigenlijk verdient de jaren ‘70 spaceblues van de Pink Mountaintops een Californisch zomerbriesje of een met vloeistofdia’s verrijkte concertzaal. In tegenstelling tot de noiserockers van Health zien we hier spijkerbroek hippies. De meestentijds met drie akkoorden opgebouwde bluesriffs en voorspelbare zanglijnen van zanger gitarist Stephen McBean doen denken aan een verlaat Grateful Dead concert. Dynamisch wordt het jammer genoeg niet. En dat heeft deels te maken met de podiumversterking. Verder zijn naar mijn gevoel de composities van Stephen McBean weinig avontuurlijk. Het derde album van de Pink Mountaintops “Outside Love” ligt reeds in de winkels. Hopelijk geeft dat in een huiskamersfeer wel het nodige genot. Het is langzaam gaan regenen. De nattigheid maakt koud. Ik houd Bevrijdingspop voor gezien. Pink Mountaintops

#27 Whip; Patronaat Café; 01-05-2009.

Gepost in Jason Merritt met tags , , , , , op mei 3, 2009 door ycreate

Zijn het de dramatische gebeurtenissen van gisteren, Koninginnedag, of is het de terugkeer van een geliefd artiest? Gedurende het gehele optreden van Jason Merritt heerst er in het café van het Patronaat een adembenemende stilte. Opvallend, omdat de meeste artiesten, die in de loop van de tijd het café hebben bezocht, moesten opboksen tegen een muur van “social talks”. Het is de vierde keer dat ik Jason Merritt zie optreden in het Patronaat. Die allereerste keer, in het tijdelijke onderkomen van het PatronaatDe Fietsenfabriek”, staat nog altijd in mijn geheugen gegrift. “Eye Eye” (2004), uitgevoerd met zijn gehele band Timesbold, had net het daglicht gezien. Het met je neus op het podium kunnen staan, het directe contact met de muziek en muzikanten, het effectieve gebruik van allerhande instrumenten, de geladenheid van Merritt’s teksten, zijn kirrend vibrerende stemgeluid en zijn onzekere en bescheiden aanwezigheid zorgden in het toenmalige Patronaat voor een geladen gebeurtenis. De tussen country-blues en Americana bewegende composities waren toentertijd kleine schilderijtjes, die allen een gouden lijstje verdienden.  Whip in Patronaat

We zijn nu inmiddels in 2009 aangeland en er staat een ontspannen en zelfverzekerde muzikant op het podium. Solo wordt Merritt aangekondigd als Whip. Een rustige huiskamersfeer geeft Whip alle ruimte zijn allernieuwste songs van de EP “Make Them Sirens Sing” ten gehore te brengen. Hij maakt gebruik van twee microfoons. Eén microfoon laat een plat geluid horen en de andere geeft de stem reverb mee. Het gebruik van beide microfoons is effectief. Het zorgt voor meer variatie in het geluid, zodat het gemis van een ruimer instrumentarium wordt opgevangen. Dat zelfde geldt voor het gebruik van een loop-pedal. Steeds vaker toegepast tijdens concerten, geeft het solo een meerwaarde aan Whip’s liedjes. Zijn country-blues miniatuurtjes blijven een droefgeestig karakter uitstralen. Zowel qua muziek als tekst. Halverwege het concert zegt Merritt dat het hem de laatste tijd goed gaat. “Dat geeft mij ruimte om ook meer vrolijke songs te maken. Zelfs met grappen erin.” Toch wel een beetje jammer. Want moet een rechtgeaarde levenstroubadour niet echt de “blues” hebben om muzikaal intens te kunnen excelleren? (hv)

#26 Sunset Rubdown in Patronaat; 20-04-2009.

Gepost in Concertzender, Gonzo Circus, beleving met tags , , , , , , op april 21, 2009 door ycreate

De CD “Enemy Mine” van Swan Lake was mijn eerste kennismaking met de uit Quebec, Canada afkomstige muzikale duizendpoot Spencer Krug. Wat mij vooral trof tijdens het beluisteren van “Enemy Mine” was de frisse trefzekere toonzetting. Niet dat de muziek luchtig is. Nee, integendeel. De muziek heeft juist opvallend veel donkere elementen, die geworteld liggen in de indierock, blues en folk tradities van het Noord-Amerikaanse continent. De frisheid zit hem vooral in de ongepolijste uitvoering van de nummers en een sterk aan Lo-Fi refererende album productie. Toch is Swan Lake maar een subdeeltje binnen de output van Spencer Krug. De meeste bekendheid heeft hij namelijk verkregen via Wolf Parade. Daarin vormt hij samen met Dan Boeckner de harde kern. En diezelfde Dan Boeckner kennen we dan weer van de Handsome Furs.

 

Op deze maandagavond komen we Spencer Krug tegen in een ander side-project genaamd Sunset Rubdown. Sunset Rubdown werd op de wereld losgelaten in 2005 met de LP “Snake’s Got Leg”. Nu, inmiddels twee uitgaven verder, zien we Krug aan de vooravond van een vierde reguliere uitgave op het podium in het Patronaat met leden van o.a. Pony Up! (Camilla Wynne Ingr) en Magic Weapon (Jordan Robson Cramer). In totaal bestaat de groep uit vijf leden, die hier en daar regelmatig wisselen van instrument. Het basisinstrumentarium, drums, basgitaar en angitaar, wordt aangevuld met allerhande toetseninstrumentjes en Spencer Krug zelf op keyboard en gitaar. Sunset Rubdown

 

Het repertoire bestaat uit veelal nieuw en onbekend materiaal. Maar voor de echte fans, die zelfs op deze maandagavond uit alle delen van het land zijn gekomen, zijn er gelukkig ook knallers uit het verleden. De composities, die gedragen worden door de keyboard partijen van Krug en Camilla, zijn complex. De diepe gelaagdheid van de muziek bestaat uit de subtiel gedoseerde melodielijnen van de diverse instrumenten, de snel opeenvolgende tempowisselingen, de meerstemmige vocalen en de teksten van Spencer Krug. Het totaalgeluid laat invloeden horen uit de laat zestigerjaren/begin zeventigerjaren symfonische rock en glamrock (maar dan zonder de glitters). Bij mij kwamen tijdens het concert namen als Late Of The Pier en een vroege Van Der Graaf Generator omhoog borrelen. Hier en daar worden folk-elementen toegevoegd. En het huppel- en jodelgehalte geeft zelfs af en toe het gevoel bij een Alpinistisch fröbelorkest aanwezig te zijn. Sunset Rubdown valt dus moeilijk in een hokje te plaatsen. De nummers worden fris, speels en met de nodige humor gepresenteerd. Maar het klinkt nergens naïef. Jammer in het Patronaat is de belabberde zaalmix, waardoor de zangpartijen van Krug soms onverstaanbaar zijn en het bij de hardere passages een brij wordt van instrumenten. Hiermee lijst je het concert niet in om op te hangen in de galerij der hoogtepunten van het Patronaat.

#25 Johann Johannsson in De Melkweg, Amsterdam; 09-04-2009

Gepost in Concertzender, Gonzo Circus, beleving, radio met tags , , , , , , , , , , op april 11, 2009 door ycreate

Witte donderdag. Het begin van de herdenkingsdagen rond het lijden en de opstanding van Christus. Daarbij is vooral het Evangelie van Johannes een leidraad bij de beleving van deze Christelijke “feestdagen”. En daar is dan toevallig, aan het begin van deze periode van innerlijke bezinning, Joahnn Johannsson in Nederland. Na zijn concert op 8 april, georganiseerd door de Brusselse Ancienne Belgique, treedt Johannsson op in de Amsterdamse Melkweg. Mijn hoop was er min of meer op gericht dat het zware sacrale karakter van het werk van Johannsson in combinatie met de Paasdagen zou leiden naar een goddelijk moment. Want dat is ook hetgeen je beleeft als je naar de albums van Johannsson luistert.

 

Het programma kent de zelfde volgorde van de avond ervoor in Brussel. Johannsson opent met het titelnummer van zijn laatste CD “Fordlandia”. En vervolgens wandelt hij op geroutineerde wijze door zijn rijke repertoire. In eerste instantie nog met “Melodia #1” en “Rocket Builder”, ook afkomstig van “Fordlandia”. De zaalmix is goed en het publiek zeer geconcentreerd luisterend. Bij de stille passages kunnen we een speld horen vallen. Het organische karakter van Johannsson’s composities, dat vooral wordt gecreëerd door het strijkkwartet, klinkt echter nogal statisch. De warme sfeerpatronen en de gevoelige klankverschuivingen in de muziek zorgen vreemd genoeg niet voor het ultieme kippenveleffect. Waarschijnlijk moeten we hiervoor de oorzaak zoeken in de visuele presentatie op het grote doek achter de muzikanten en de locatie; een doorsnee Nederlandse popzaal. Opvallend storend zijn de videobeelden, die niet synchroon lopen met de muziek en zelfs zomaar plomp verloren stoppen en worden herstart. Na ook prachtige uitvoeringen van “Joi & Karen” en “Salfraedingur” van de CD “Englaborn” komen we aan het einde van het concert bij de climax van de avond. Zowel “IBM 1401 #1” als “IBM 1401 #5” worden bij de kraag gegrepen. Zij vormen zeker de hoogtepunten tijdens dit concert.

 

Helaas geen goddelijke ervaring. Naar mijn idee een leuke extra “gig” tussen AB Brussel en Motel Mozaïek in Rotterdam. Dan maar weer de CD’s beluisteren, waarbij ik mijn eigen sacrale sfeer zal creëren.

Luister naar “Fordlandia” in het Nachtprogramma (on demand) “Tussenland”; samengesteld en geproduceerd door Frank de Munnik.

http://www.concertzender.nl/swfplayer.php?mode=rod&provider=cz&program=nacht&date=20090111&hour=00&pid=33773

#24 Mono in Patronaat; 28-03-2009

Gepost in 1 met tags , , , , , , , , , , , op maart 31, 2009 door ycreate

Tussen Kunst en Kitsch
Op ”Hymn to the Immortal Wind”, het kort geleden verschenen vijfde studio-album van Mono, laten de vier vaste groepsleden zich op goed getimede momenten door tientallen strijkers omringen. Het door Steve Albini geproduceerde album straalt dan ook een paradijselijke schoonheid uit en past perfect binnen een herlevende periode vol melancholie en romantiek. Sinds haar bestaan (2000) is Mono vergeleken met allerhande vrijwel gelijkgezinde instrumentale bands, zoals Tortoise, Godspeed You Black Emperor!, My Bloody Valentine en Mogwai. Toch heeft de band haar eigen geluid doorontwikkeld naar het schemergebied tussen kunst en kitsch. Soms slaat dat gevaarlijk door naar een suikerzoet en voorspelbaar gitaargepingel. Avontuurlijk en dynamisch wordt het als de Japanners gaan strooien met dissonant gierende gitaarbombardementen. Dat brengt de ingedutte luisteraar enkele verrassende “earopeners”. Een langere houdbaarheidsduur blijft hiermee voor Mono gegarandeerd.

 Mono Patronaat 28 maart 2009

Op het Patronaat podium moeten we het vooralsnog stellen met de vier Japanse groepsleden zelf. Geruime tijd voor dat het concert begint vormt zich een groep Mono-liefhebbers voor de kassa bij het Patronaat. Velen zijn op de bonnefooi gekomen, maar worden geconfronteerd met het bordje “uitverkocht” boven de kassalade. Binnen wordt het publiek, dat wel een kaartje heeft weten te bemachtigen, opgewarmd door de met logge dub-effecten, zwevende trombone geluiden en soft psychedelische pornoBfilm beelden werkende Mount Fuji Doomjazz Corporation.  De muziek is donker van kleur. De sfeer is broeierig en geladen. De pauze wordt opgeluisterd met zwaar klassiek. En het gordijn wil maar niet openen voor onze Japanse gasten. Het maakt allemaal deel uit van het voorspel, waarbij Mono uiteindelijk het ultieme genot zal moeten brengen. Als dan het moment aanbreekt dat het podium wordt vrijgegeven valt het rumoerige publiek in één klap stil. Heel traag en met minimalistisch samenspel komt er een zuigende machine op gang. Mono speelt subtiel opgebouwde instrumentale gitaarlicks. De karakteristieke geluiden van de Fender gitaren zorgen voor melodielijnen die zich meestentijds in de hogere toonfrequenties bevinden. Het geeft de composities een tintelend ijl karakter mee. Bij de aanzwellende passages vormt dat een mystiek zwevend geluid. En als het op sommige momenten tot een climax komt worden we omsloten door een gierende drone-metal geluidsmantel.

 

Mono houdt zich voor het grootste deel van het concert vast aan de trackvolgorde op hun nieuwste album ”Hymn to the Immortal Wind”. Zo wordt er geopend met “Ashes In The Snow” en gieren de laatste feedbackklanken door de zaal bij het nummer “Everlasting Light”. Natuurlijk wordt het orkestrale “Silent Flight, Sleeping Dawn” niet uitgevoerd. Wel neemt basgitariste Tamaki Kunishi tijdens de uitvoeringen van “Follow The Map” en “Everlasting Light” plaats achter de elektrische piano. Dat zorgt voor een welkome afwisseling in de toch wel uniforme opbouw van de losse composities. Uniformiteit en voorspelbaarheid zijn de grootste valkuilen in de muziek van Mono. De opgeheven aansteker cliché’s worden breed uitgemeten. Natuurlijk schuilt daar ook de kracht van Mono achter. De voorspelbaarheid maakt de weg vrij voor het euforische effect van de dynamische en explosieve geluidsuitbarstingen. Een zelfde ervaring komen we bijv. tegen bij films van David Lynch en Quentin Tarantino. Extra waarde wordt “live” toegevoegd door een mimisch intense voordracht. Gulzig wordt de muziek van Mono door de toeschouwers geconsumeerd. Het is zeker indrukwekkend. En dan maakt het ook niet meer uit of het nu kunst of kitsch is.

 

Geschreven door Hessel Veldman; programmamaker POP ART en  Nieuwe Muziek Nacht-specials.